Het gehele verhaal van FlowFabric leest u in ons unieke FlowFabric Brandbook. Ontvang het nu gratis!

Sluiten

Case

Amsterdam Fashion Institute

Het Amsterdam Fashion Instituut (AMFI) bereidt studenten voor op een carrière in de (internationale) modewereld. Mode is een serieuze zaak. Achter de façade van luxe en glamour schuilt een van de grootste en meest dynamische wereldindustrieën. De wereld van de mode is bij het AMFI ondergebracht in een vierjarige voltijd hbo-opleiding met drie afstudeerrichtingen: Fashion & Design, Fashion & Management en Fashion & Branding. Uniek binnen de opleiding is het ‘Reality School’ concept met het modemerk iNDiViDUALS. FlowFabric maakt deze real life experience mede mogelijk. Voor studenten betekent dit dat ze na hun opleiding geen sprong in het diepe wagen, maar een voorsprong hebben in de modewereld.

Op zoek naar een maatje kleiner

iNDiViDUALS is allesbehalve een fictief modemerk. Het heeft een winkel op het Spui in Amsterdam en daarnaast twee verkooppunten, in Arnhem en Utrecht. Dit merk wordt geleid door studenten. Elk semester begint een nieuwe groep van drie keer 8 studenten die verantwoordelijk is voor het succes van het merk. Zo wordt de praktijk niet alleen benaderd, maar brengen de studenten alles rondom dit merk in de praktijk. Dit is een belangrijke doelstelling waar Carolina van Gerven-Veth, docent en coördinator van het tweede jaar, dagelijks aan werkt. Zij is ervan overtuigd dat het goed is als studenten tijdens de opleiding al iets leren van IT-systemen die in het werkveld worden gebruikt. Echter, het initiële ERP-systeem van Microsoft dat hiervoor uitgekozen was, bleek een maatje te groot.

Op zoek naar een maatje kleiner
“Het vorige systeem was toegespitst op grote modemerken en was heel compleet. Dat klinkt aanlokkelijk, maar het bleek nodeloos complex. We moesten er veel data instoppen om er nuttige informatie uit te krijgen. Iets simpels als een factuur maken, duurde daardoor heel lang. En dan heb je aan studenten een helder klankbord.

 

Die steken niet onder stoelen of banken als iets omslachtig is”, lacht Carolina. “Ze hadden gelijk. We wilden geen onnodige functionaliteit meer, maar wel een zo realistisch mogelijk systeem. Het draait om de relevante toepassing voor onze studenten. Daarbij moest het nieuwe systeem makkelijk te onderhouden én uit te leggen zijn”

Het was aangenaam toeval dat Carolina in 2012 op Texpress in Duitsland FlowFabric tegen het lijf liep en vooral dat er direct een klik was. “In die tijd investeerde FlowFabric al in de ontwikkeling van een Product Data Management (PDM) systeem en Proces Lifecycle Management (PLM) systeem. Hiermee profiteren gebruikers van gecentraliseerde productinformatie en een helder zicht op de status van alle stappen in het proces. Dit benaderde waar wij naar op zoek waren. Flexibiliteit van het IT-systeem bleek key. Het moet tenslotte goed passen in een lesprogramma en dus niet strikt werken volgens de normen van merken. Het team van FlowFabric denkt in mogelijkheden en tijdens het gesprek werden mijn wensen ineens haalbaar. Ze besloten ons te helpen onder de voorwaarde dat de studenten hun ongezouten feedback zouden blijven geven.”

PDM & PLM

 

Product Data en Proces Lifecycle Management

“Ieder semester maken de managers de productie af van de vorige collectie en starten ze de sampling van de nieuwe collectie. De designers beginnen met een bezoek aan Parijs om nieuwe stoffen te ontdekken en ideeën op te doen. En dan moet het geheel van stof en fournituren ingekocht worden. Al in deze fase worden alle productdetails ondergebracht in de applicatie van FlowFabric. Vervolgens vindt het ontwerp, productie, verkoop en facturatie plaats. Het basispakket van FlowFabric is aangepast op iNDiViDUALS, zodat het systeem de processen en bijbehorende taak- en rolverdeling optimaal ondersteunt. Het volledige proces is nu één workflow geworden.”

Één workflow van stofje tot factuur
De kern van het succes van het systeem is dat data kan stromen en zo het hele proces ondersteunt. “We hebben nu een database met alle basisgegevens, zoals seizoenen, kleuren, stoffen, maatvoering en collectienamen. Op basis hiervan kunnen de ‘recepten’ worden samengesteld, oftewel de modellen en benodigdheden berekend worden. Tijdens de ontwerpfase wordt data gebruikt voor maatschema’s en specificaties. Op basis daarvan worden calculaties gemaakt voor een goede verkoopadviesprijs, maar de data wordt ook ingezet voor de branding van de collectie. Denk aan merchandising en sample sales et cetera.”

Centrale database
De centrale database die met het nieuwe systeem is ontstaan, bood aanknopingspunten voor verdere optimalisatie. “De nieuwe release helpt studenten versnellen……..

Interessant? Download dan het hele verhaal en lees verder.......

Download Amsterdam Fashion Institute Case